Toespraak ter gelegenheid van de Nationale Dodenherdenking Cuijk

Publicatiedatum: Maandag 6 mei 2019

“Afgepeld zijn ze, laag voor laag als een ui, tot er niets over was dan de kern van hun bestaan. Eerst hadden ze hun hun werk afgenomen, hun scholen, hun huizen en hun stad. Hun buren en hun vrienden. Toen hun gezinnen en hun vrijheid. Uiteindelijk hun kleren, hun haren, hun eigen spiegelbeeld. Maar niet de kern, daarop moeten ze zich concentreren, die krijgen ze niet”.

Dit is een fragment, dames en heren – wat mooi dat u hier vanavond aanwezig bent – uit ’t Hooge Nest, van Roxanne van Iperen. Een waargebeurd verhaal van twee joodse zussen – Janny en Lien Brilleslijper – die actief waren in het verzet. Een verhaal dat op een indringende manier en vanuit het Joodse perspectief in beeld brengt hoe de vervolging zich stap-voor-stap voltrok. Van uitsluiting tot holocaust. Een verhaal dat je raakt, dat je aangrijpt.

Over de tweede wereldoorlog zijn veel persoonlijke en aangrijpende verhalen geschreven. Verhalen die ieder voor zich verdienen om doorgegeven te worden. Verhalen die ons niet alleen kunnen leren, maar ook kunnen laten voelen hóe het was. Voelen, hoe het zó ver kon komen.

Beste mensen, op 4 mei geven we die verhalen door aan elkaar. Op 4 mei staan we stil bij het leed dat oorlog heet. We herdenken de slachtoffers van de tweede wereldoorlog en alle oorlogssituaties en vredesmissies nadien. We tonen ons respect. We geven er betekenis aan. Opdat het zich nooit zal herhalen, zeggen we dan plechtig.

Het thema dit jaar is “in vrijheid kiezen”. Een mooi thema in een tijd waarin we zoveel keuzevrijheid ervaren dat soms eerder sprake lijkt van keuzestress. Wat doe je met je vrijheid van keuze? En wat zou je hebben gedaan in oorlogstijd? Was er wel keuzevrijheid? Kun je ook kiezen in onvrijheid?

Wat doen wij, wat doe jij, wat doe ik in deze situaties die de zusjes Brilleslijper meemaakten? Zou je de Niet-Joodverklaring tekenen? Als je zelf geen Jood bent en je werkgever vraagt een dergelijke verklaring, dan lijkt het wellicht een onschuldige administratieve handeling. Waarom zou je dan niet tekenen? Veel mensen kozen voor het behoud van hun baan en tekenden. Kun je ze dat kwalijk nemen? En wat zou je doen als je Joodse collega wordt ontslagen? Rudolph Cleveringa aan de Universiteit Leiden stond ertegen op. Hij hield op 26 november 1940 zijn later beroemd geworden rede waarin hij protesteerde tegen het ontslag van Joodse hoogleraren door de Duitse autoriteiten.

Of wat zou je doen als je een café hebt en de SS verplicht je om het bordje “Verboden voor Joden” op te hangen? Zou je durven te weigeren, ook als ze de hele zaak kort en klein slaan, of je zelfs gevangen nemen?

Een volgende stap in de systematische uitsluiting van Joden, was de “J” in het identiteitsbewijs. Een administratieve kwestie of een handeling met vergaande consequenties? De zusjes Brilleslijper kregen er hevige ruzie over om dat Lien het gewoon had laten doen. Janny nam haar die naïviteit kwalijk. Vervolgens moest het weer zichtbaarder: de Jodenster werd ingevoerd. Geef je er gehoor aan, of niet? En wat zullen de buren doen, als je geen ster draagt? Wie kun je vertrouwen?

Na werk, publieke ruimte en identiteit, ging het uitsluitingsproces verder. Naar de rand van de samenleving en er óverheen. De woningen werden ontnomen en er kwam Joodse wijken, gevolgd door transport naar Westerbork, om uiteindelijk naar één van de vernietigingskampen te worden vervoerd. Onderduiken is de enige kans op overleving. Zou je dan de held zijn die hen een plek aanbiedt? Of kies je voor veiligheid van het eigen gezin, je eigen kinderen?

In Cuijk woonde tijdens de oorlog 4 Joodse families die samen 19 leden tellen. Sommigen konden onderduiken, anderen niet. Zij die niet onderdoken, overleefden de oorlog niet. De familie Andriesse heeft tot het einde van de oorlog bij de familie Smits in Vianen op een klein zolderkamertje gezeten. De familie Cohen vond elders een veilig onderkomen. De overlevenden verlieten Cuijk kort na de oorlog. De Israëlische gemeente in Cuijk, met de synagoge in de Maasstraat waar we volgend jaar weer de jaarlijkse herdenking hopen te hervatten, werd opgeheven. “En de golven hebben zich boven hun hoofden gesloten, net alsof er nooit Joden zijn geweest in Cuijk”, schrijft dr. E. Cohen later.

De zusjes Brilleslijper overleefden Auschwitz en Bergen-Belsen. Alles was hen afgenomen. “Maar niet de kern, daarop moeten ze zich concentreren, die krijgen ze niet”.

Die kern, dames en heren, zo zegt Joodse psychiater en psycholoog Victor Frankl die zelf in enkele concentratiekampen gezeten heeft, is “de ultieme menselijke vrijheid”. Iets dat de Nazi-beulen hem niet konden afnemen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar Frankl kwam tot het inzicht dat juist toen hem alles ontnomen was, hij zelf kon bepalen in welke mate alles wat er gebeurde, hem wezenlijk zou raken. Hij ontdekte dat hij zelfs onder die omstandigheden de vrijheid had om zélf te bepalen hoe hij zou reageren. De ultieme menselijke vrijheid lijkt bepaald door de omstandigheden om ons heen, maar huist toch diep in ons. Die keuzevrijheid, de vrije wil, is écht onze grootste kracht.

Hoe gaan we met die grootste kracht om in ons dagelijks leven? Nemen we die vrijheid, voelen we die vrijheid? Hoe maken wij onze keuzes in de huidige tijd van voorspoed én chagrijn? In de tijd van vooruitgang én onzekerheid over de toekomst? In de tijd van globalisering én het houvast van de eigen kring?

Beste mensen, die onaantastbare kern zit in ons allemaal. Ons zelfbewustzijn, ons geweten, onze vrije wil. Dat geeft een enorme kracht, schept ook een grote verantwoordelijkheid om er het goede mee te doen. Verhalen zoals we die vandaag aan elkaar doorgeven, kunnen ons daar bij helpen.

Ik wens u en mezelf toe dat ieder van ons vanuit die ultieme menselijke vrijheid weet bij te dragen aan onze betere ik. Aan ons ‘thuis’ dat we vormen met de mensen die ons dierbaar zijn. Aan de mensen om ons heen – juist wanneer die mogelijk anders zijn – en de gemeenschap die we met elkaar vormen. Janny en Lien Brilleslijper geven ons die vrijheid door… Laten we er dan ook voor kiezen.

Ik dank u allen voor uw komst. In het bijzonder dank ik de leerlingen van de Harlekijn. Jesse, Jarno, Bo, Sven en Hilde dank ik voor de mooie gedichten, Veerle, Robby, Gip en Saeed voor jullie bijdrage in de kerk en Lars en Sofie voor de bloemengroet. Graag dank ik ook de werkgroep van de oecumenische dienst, de heer Katevushnik (voor het uitspreken van het Jizkor/herdenkingsgebed), de scouting, het gilde, de harmonie, de medewerkers van de gemeente en natuurlijk het comité Herdenking en Bezinning die de organisatie van deze herdenking elk jaar zo mooi verzorgt. Er is zo meteen koffie en in de Schouwburg is voor het eerst dit jaar Theater na de dam.

Ik wens u allen een mooie Bevrijdingsdag toe. Dat we kunnen kiezen in vrijheid. Voor altijd.